Een ontwerp teken je op een of meer ontwerplagen. Die tekeningen presenteer je met zichtvensters op en of meer presentatielagen. Elk zichtvenster toont daarbij een deel van het ontwerp, en elke presentatielaag stelt een plot- op printblad voor.
Ga als volgt te werk:
- Op de ontwerplaag maak je het model aan in het gewenste zicht of prespectief.
- Kies het commando Zichtvenster uit het menu Weergave.
- In het dialoogvenster wordt je gevraagd de details van het zichtvenster in te stellen. Eenmaal je de instellingen bevestigd, wordt het zichtvenster op een presentatielaag geplaatst.
- Op deze presentatielaag plaats je verschillende zichtvensters van het ontwerp. Je kan dit doen vanop de ontwerplaag, of door een kopie te nemen van een zichtvenster op de presentatielaag.
- De weergave van de gekopieerde zichtvensters wijzig je via het infopalet: vooraanzicht, zijnaanzicht, planweergave, perspectief enzovoort. Eventueel kies je daarbij ook een rendermethode.
Om deze projectpresentatie naar de klant te sturen, maak je best gebruik van PDF-bestanden:
- Heb je Vectorworks Architectuur & Interieur, dan kan je het commando PDF… kiezen uit het menu Bestand/ Exporteer
- Werk je daarentegen met Vectorworks Standaard, dan moet je op Windows eerst een programma zoals CutePDF of PDF creator installeren. Eenmaal geïnstalleerd kan je na het opmaken van de nodige print- of plotbladen (presentatielagen met zichtvensters) kiezen voor Afdrukken uit het menu Bestand. Daar kies je voor een virtuele printer zoals CutePDF of PDF creator. Macintosh ondersteunt standaard het printen naar PDF, je hoeft geen aparte PDF-driver te installeren.
Deze PDF-bestanden kan je via e-mail opsturen naar de klant. Hou er rekening mee dat de PDF-bestanden die je aanmaakt met de Vectorworks Architectuur & Interieur gevoelig kleiner zijn dan de PDF-bestanden die je maakt met gratis software zoals CutePDF of PDF creator. Kleinere PDF-bestanden zijn gemakkelijker te e-mailen en gemakkelijker af te drukken.



